Blunder van 125 miljoen
Mars climate orbiter

Hij was ruim 10 maanden onderweg.  Gelanceerd in 1998, kwam de Mars Climate Orbiter aan bij zijn eindbestemming op 23 september 1999.  Spannende momenten volgden nadat de Orbiter was losgemaakt van het draagschip en zich langzaam naar de baan bewoog van waaruit hij Mars zou observeren.  Toen werd het stil.  IJzingwekkend stil. 

Een dag later werd de hoop op een signaal opgegeven en NASA stelde een onderzoek in.  Een 125 miljoen dollar kostend paradepaardje was op onverklaarbare wijze verdwenen.  Een week later kwam het antwoord.  "Mensen maken soms fouten", zei Edward Weiler, NASA's Associate Administrator voor Ruimtevaarttechnologie.  Dat mag wel een understatement worden genoemd.

De oorzaak van het verlies van de 125 miljoen dollar kostende satelliet bleek even eenvoudig als pijnlijk.  Diverse teams die aan het project werkten, bleken gebruik te hebben gemaakt van verschillende meetsystemen.  Het ene team had de engelse mijlen, feet en inches gehanteerd, terwijl het andere team in kilometers en meters had gerekend.  Foutje, bedankt!

Dit is een klassiek voorbeeld van organisatorische stupiditeit, het diametraal tegenovergestelde van organisatorische intelligentie.  Je vraag je af hoe dit mogelijk is.  Hadden ze geen overleg met elkaar?  Hoe kan het toch dat het niemand is opgevallen dat men met twee verschillende maateenheden werkte?  In een rapport  van de MCOMFIB - de Mars Climate Orbiter Mission Failure Investigation Board - wordt een achttal subfactoren genoemd die samen hebben geleid tot dit debakel.  Opvallend is de mechanische taal die wordt gehanteerd.  Zo wordt melding gemaakt van "the systems engineering function within the project that is supposed to track and double-check all interconnected aspects of the mission was not robust enough, exacerbated by ...".  Niet robuust genoeg.  Een systeemontwikkelingsfunctie die niet robuust genoeg is.  Je moet er maar op komen.  Eveneens opvallend is dat ook aangegeven wordt dat "some communications channels among project engineering groups were too informal".  Te informeel.  Ik vraag me af wat ik me daar bij moet voorstellen.

Dit is overigens ook een klassiek voorbeeld van het merkwaardige gegeven dat als je een groep mensen met een hoog IQ laat samenwerken, het groeps-IQ lager lijkt te liggen dan het IQ van elk van de leden.  Kortom, allemaal sterspelers in een voetbalteam maakt nog geen goed voetbalteam - verre van dat vaak.  Dit is ooit verwoord door Karl Albrecht: "Wanneer intelligente mensen samenwerken in een groep tenderen ze naar collectieve stupiditeit". Daarover later meer.